docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Inleiding

Bij het zoeken naar materiaal voor de tentoonstelling ‘Wie kan ik nog vertrouwen?’ in 2007 over homoseksualiteit in de Tweede Wereldoorlog bleek dat er weinig bronnen voorhanden waren. Homoseksualiteit is immers lang een onderwerp van schaamte geweest. Er werd niet of slechts in bedekte termen over gesproken en geschreven. Het onderwerp leende zich niet voor een overdracht van generatie op generatie. Dit gebrek aan informatie leidde tot de behoefte om het leven van homoseksuelen in de tweede helft van de twintigste eeuw in kaart te brengen.

Vanuit het Anna Blaman Huis in Leeuwarden kwam het initiatief om homoseksuelen die hun coming out hadden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw te interviewen. Patrick Hollander, maker van educatief materiaal bij bovengenoemde tentoonstelling en tevens docent geschiedenis, kreeg de leiding over het project. Samen met docenten en studenten van de lerarenopleiding geschiedenis en Maatschappijleer van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden is hij aan het werk gegaan. Naast het vastleggen van uniek interviewmateriaal, is de link naar het voortgezet onderwijs een speerpunt. Homoseksualiteit moet een bespreekbaar onderwerp worden op middelbare scholen.

Een negental oudere homoseksuelen was bereid om mee te werken aan het project. Zij werden uitgebreid geïnterviewd door studenten. Fragmenten van deze interviews zijn verwerkt in het onderwijsmateriaal dat hier voor u ligt.

Verantwoording

De doelgroep die wij hopen te bereiken met dit onderwijsmateriaal is de hele onderbouw van het voortgezet onderwijs. Jongeren in deze leeftijd zijn veel bezig met hun eigen identiteit en de ontwikkeling van seksualiteit hoort daarbij. Enerzijds leidt dat tot het benadrukken van uniciteit, het ontwikkelen van een eigen persoonlijkheid en het bewandelen van nieuwe wegen.

’Puberjaren, dat zijn de jaren tussen niet weten en weten in, de jaren van vermoedens en verlangens en de openbaringen, van onschuld en schuld tegelijk. Het zijn vooral de jaren van de grote verwachtingen: alles is mogelijk, alles kan gebeuren, elk blad is onbeschreven.’, aldus Bas Heijne in: Wal.van der J e.a. ‘Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding’.

Het verkennen van die grote mogelijkheden in het leven brengt natuurlijk veel onzekerheid met zich mee. Veel adolescenten hebben daarom de behoefte zich sterk te confirmeren aan hun groep. Afwijkend gedrag wordt als bedreigend ervaren en afgekeurd.

16 februari 2006 - Friese jongeren accepteren homoseksualiteit nog lang niet. Dat blijkt uit een onderzoek van stichting Partoer en GGD Fryslân onder jongeren in de Friese Wouden.

Vooral jongens die zoenen, vrijen en hand in hand lopen, wekken hun weerzin. Jongens zijn extremer in hun opvattingen over homoseksualiteit dan meisjes. Zij noemen homoseksualiteit 'vies', meisjes houden het op 'apart'.
De kennis over seks is relatief oppervlakkig. Die krijgen ze via vrienden, internet, tv, films en tijdschriften. Op school zouden ze wel meer willen horen over relaties. Nu wordt vooral aandacht aan de 'technische' aspecten van seksualiteit als voortplanting en menstruatie besteed.
In Leeuwarden hielden ambtenaren, docenten en hulpverleners op 14 februari een studiemiddag in Leeuwarden over jongeren en seksualiteit. Hun aanbevelingen zijn de basis voor een Fries actieplan om de seksuele gezondheid van jongeren te bevorderen.
Bron: Leeuwarder Courant 15-2-06

Over homoseksualiteit wordt door veel jongeren in negatieve zin gesproken. Het woord ‘homo’ wordt vaak als scheldwoord gebruikt. Jongeren worden gepest, wanneer klasgenoten vermoeden dat ze misschien wel homo of lesbisch zijn.
Ondanks dat homoseksuelen op juridisch gebied bijna volledig gelijkgesteld zijn aan hetero’s en ondanks dat steeds meer jongeren er gewoon voor uit durven komen – denk aan de groep Jong en out - neemt de laatste jaren de haat en het geweld  tegen homo’s weer toe.

Het onbegrip voor homoseksualiteit neemt toe in heel Nederland. Uit de nota lesbisch- en homo-emancipatiebeleid 2008-2011 van minister Plasterk, Gewoon homo zijn:

'De acceptatie van homoseksuelen op school laat te wensen over. Een deel van de leerlingen, leraren en leidinggevenden is negatief over homoseksualiteit. Daardoor is er weinig openheid over dit onderwerp. Dat maakt een steviger aanpak dringend nodig. Het kabinet verwacht van jongeren en van onderwijsbestuurders, instellingen en leraren inzet op dit terrein. Ongeveer een kwart van onze samenleving bestaat uit jongeren en die maken gebruik van het onderwijs. De school neemt voor vrijwel alle jongeren een belangrijke plaats in het dagelijkse leven. In deze belangrijke levensfase oriënteren jongeren zich op hun maatschappelijke carrière. Ze krijgen besef van normen, zoals respect voor anderen en het recht om niet gediscrimineerd te worden op homo- of heteroseksuele voorkeur. Het kabinet wil scholen aanmoedigen en hen daarop aanspreken.'

In dit project sluiten wij aan bij het streven zoals hierboven beschreven wordt. We stellen ons ten doel het onderwerp op middelbare scholen bespreekbaar te maken. Wij willen vooroordelen over homoseksualiteit zoveel mogelijk weerleggen. Dit denken we te bereiken door middel van inleving: leerlingen moeten door het bestuderen van de levens van oudere homoseksuelen gaan nadenken over deze kwestie. Hoe was het om homoseksueel te zijn en hoe is dat nu? Welke hindernissen komen homoseksuelen nog steeds tegen op hun weg en wat kunnen wij daar aan doen?

Concrete lesdoelen

Kerndoelen onderbouw

Studiebelasting

Voor dit project staat een studiebelasting van ongeveer 200 minuten. Indien gewenst is het natuurlijk mogelijk om bepaalde onderdelen weg te laten of juist een extra eigen werkvorm toe te voegen. Zo zou het schrijven van dagboekfragmenten kunnen worden weggelaten of kan een discussie plaatsvinden na de presentatie.

Vakken

Dit project is uitermate geschikt voor lessen Mens en Maatschappij, Geschiedenis of  Maatschappijleer, maar kan ook in de mentorlessen uitgevoerd worden.

Beoordeling

Indien u de resultaten van uw leerling wilt beoordelen kunt u letten op de volgende punten:

Benodigdheden

Minimaal 18 computers met internet
Minimaal 9 A-2 papier in verschillende kleuren
Blanco A-4 papier

Werkwijze

De klas wordt verdeeld in 9 groepen. Elke groep krijgt een eigen DVD met daarop het levensverhaal van één persoon. De leerlingen bekijken het interview in hun groep en maken de opdrachten 1, 2 en 3. Opdracht 4 is een individuele opdracht. De laatste opdracht, een presentatieopdracht bereiden ze voor in hun groep. 

De eisen per onderdeel staan duidelijk vermeld in het leerlingenmateriaal.